De Inspectie van het Onderwijs kijkt voortaan niet alleen naar de basiskwaliteit van het onderwijs, maar ook naar mogelijkheden om de kwaliteit verder te verhogen. De Inspectie wil scholen helpen een ‘verbetercultuur’ te ontwikkelen.

Het concept toezichtkader voor het mbo, dat nu voor internetconsultatie is vrijgegeven, is gericht op waarborgen en stimuleren. Bij het waarborgen gaat het om de basiskwaliteit van het onderwijs. Nieuw is dat de Inspectie scholen ook wil ondersteunen bij de verdere verbetering van de onderwijskwaliteit.

Waarderingskader
In de nieuwe werkwijze van de Inspectie van het Onderwijs, die vanaf 2017 van kracht moet worden, staat expliciet dat de Inspectie mbo-scholen wil helpen een verbetercultuur te ontwikkelen: ‘We kijken dan met name of er sprake is van een gezamenlijk streven om de onderwijskwaliteit te blijven verbeteren. Als deze verbetercultuur bij opleidingen aanwezig is ontstaat er ruimte om de onderwijskwaliteit als geheel op een hoger plan te brengen. Binnen onze stimulerende rol willen we daar actief aan bijdragen.’

Examencommissies
Het is de bedoeling dat bij het onderzoek naar de kwaliteit van de examinering de examencommissies het vertrekpunt vormen. Naarmate de examencommissies beter functioneren, zal het toezicht minder intensief zijn. Hier geldt het adagium ‘minder toezicht als het kan, meer als het moet’.

Kleinschalig onderwijs
De Inspectie anticipeert in het toezichtkader op het streven naar kleinschalig onderwijs in het mbo. De inspectie wil het toezicht daarom niet alleen richten op het (eindverantwoordelijke) bestuur, maar ook op de individuele school of opleiding. Wanneer een school bijvoorbeeld kiest voor het model van een gemeenschap van mbo-colleges, zal het toezicht zich richten op het collegeniveau. Ook de eventuele collegedirecteur zal dan bij het toezicht betrokken worden.

© 2019 MBO in Bedrijf