Goed onderwijs vraagt om herkenbaar onderwijs, gegeven in professionele scholen

Scholen zijn gebaat bij een zekere financiële armslag, maar dit moet altijd samen gaan met een gevoel van gekend zijn in de mbo-school en concentratie op de primaire onderwijstaak. De minister wil de menselijke maat stevig verankeren in de instelling. Daartoe geeft zij scholen de mogelijkheid nieuwe bestuursvormen te gebruiken om het onderwijskundig leiderschap in het mbo te versterken.

Allereerst is er de optie van een 'gemeenschap van mbo-colleges'. Ieder college binnen de gemeenschap richt zich op een branche of sector. Het college is als zelfstandige eenheid herkenbaar en heeft een eigen collegedirecteur. De directeur is verantwoordelijk voor de basiskwaliteit van het primair proces, zoals de ontwikkeling en beoordeling van onderwijsteams. De collegedirecteur richt zich vooral op het onderwijskundig leiderschap. De positie van de collegedirecteur zal per 1 augustus 2017 in de wet verankerd worden.

Samenwerkingsschool
De minister wil vasthouden aan de verantwoordelijkheid van scholen om zorg te dragen voor een breed aanbod van mbo-onderwijs in de regio. Nieuw is dat meerdere mbo-scholen ook door samen te werken aan deze wettelijke verplichting kunnen voldoen. Zo kunnen bijvoorbeeld bepaalde kostbare opleidingen in de regio behouden blijven. De minister wil praktische belemmeringen voor deze samenwerking tussen scholen zoveel mogelijk wegnemen. Op het diploma kan dan het samenwerkingsverband vermeld worden.

Zowel bij de ‘samenwerkingsschool’ als bij de ‘gemeenschap van mbo-colleges’ blijft een overkoepelend college van bestuur verantwoordelijk. Het idee om roc’s op te splitsen in volledig zelfstandige colleges, krijgt niet de steun van de minister. Zij vreest dat dit tot financieel kwetsbare instellingen leidt en veel bestuurlijke drukte. Zij kiest dus nadrukkelijk voor optie van ‘klein binnen groot’, en volgt daarin een eerder advies van de commissie-Oudeman (2010).

© 2017 MBO in Bedrijf